Resultaten DNA-onderzoek hadden Nederlander vrijgepleit

Een DNA test had een onterecht veroordeelde Nederlander moeten en kunnen helpen in een Spaanse verkrachtingszaak. De 43-jarige Nederlander, Romano van der Dussen, heeft twaalf jaar onterecht vastgezeten omdat het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft nagelaten doorslaggevende resultaten van DNA-onderzoek tijdig te behandelen en bekend te maken.

Volgens van der Dussen heeft Nederland, in zijn in 2003 gestarte proces, niks gedaan om hem te helpen. De Nederlander werd verdacht van beroving en gewelddadige verkrachting van drie vrouwen in de buurt van Málaga. Hierbij is DNA-materiaal achtergebleven in de vorm van een schaamhaar. Het DNA was bruikbaar voor onderzoek en is in 2004 onderzocht. Uit de DNA test kwam toen al naar voren dat het niet overeenkwam met het DNA van de Nederlander.

In 2005 werd van der Dussen toch veroordeeld voor een celstraf van meer dan 15 jaar. De resultaten van het DNA-onderzoek werden in 2007 compleet toen het DNA van de Brit, Mark Dixie bleken te zijn. De Brit was op dat moment al veroordeeld voor moord. Hier leek het al duidelijk dat de Nederlander onterecht was veroordeeld, maar Nederland heeft tot 2010 niet gehandeld.

In 2010 werd bij het ministerie van Buitenlandse Zaken pas een rapport opengesteld, waarna er in 2012 pas een stichting werd opdrachtgegeven de DNA-zaak in te zien. Hoe doorslaggevend het DNA-bewijs ook was, duurde het nog 3,5 jaar totdat van der Dussen op vrije voeten kwam.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken verdedigt zich door te zeggen zich voldoende te hebben ingezet voor van der Dussen, maar zegt wel zich niet te mogen mengen in de Spaanse rechtsgang. Zij waren naar eigen zeggen “cruciaal” in de vrijlating.